Wat Zegt de Bijbel Over Ijver? — Het in Praktijk Brengen · KJV Schriftgedeelten met Strong's Nummers — Bijbelquiz
Kies bij elke referentie hieronder wat dat vers leert. Je score verschijnt aan het einde.
This is the graded quiz. Pass it to earn credit toward your Ministry Certificate of Endorsement.
Hebreeën 11:6 — Maar zonder geloof is het ________ Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.
onberispelijk
ongelovig
onmogelijk
Spreuken 11:27 — Wie het ________ vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.
goede
blijdschap
aangezicht
Spreuken 8:17 — Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg ________, zullen Mij vinden.
zoeken
leven
vallen
Psalm 63:1 — O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, ________ en mat, zonder water.
Zin
Morenland
dor
Psalm 78:34 — Als Hij hen doodde, zo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God ________;
vroeg
zeker
haastelijk
Deuteronomium 4:29 — Dan zult gij van ________ den HEERE, uw God, zoeken, en vinden; als gij Hem zoeken zult met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
tijd
jaar
daar
Jeremia 29:13 — En gij zult Mij zoeken en ________, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.
vinden
strijd
wandelen
Spreuken 8:19 — Mijn vrucht is ________ dan uitgegraven goud, en dan dicht goud; en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver.
wetenschap
eer
beter
Joël 3:14 — Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is ________, in het dal des dorswagens.
nabij
wijn
olie
Spreuken 4:23 — Behoed uw hart ________ al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
boven
slaap
vrucht
Deuteronomium 6:17 — Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn ________, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
heerlijkheid
sikkel
getuigenissen
Deuteronomium 11:13 — En het zal geschieden, zo gij naarstiglijk zult horen naar Mijn geboden, die Ik u heden ________, om den HEERE, uw God, lief te hebben, en Hem te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;
weg
verbergen
gebiede
Jozua 22:5 — Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het ________ en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
gevangenis
gebod
gedaante
Psalm 119:4 — HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw ________ zeer bewaren zal.
werken
bevelen
pijlen
Psalm 119:2 — Welgelukzalig zijn zij, die Zijn ________ onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
heerlijkheid
getuigenissen
barmhartigheden
Prediker 9:10 — Alles, wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw ________; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat.
macht
gedachtenis
verwoesting
Spreuken 14:23 — In allen smartelijke ________ is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.
lenden
arbeid
vijand
Spreuken 20:13 — Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; ________ uw ogen, verzadig u met brood.
vloek
open
jongelingen
2 Petrus 1:5 — En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw ________ deugd, en bij de deugd kennis
genade
eeuwige
geloof
1 Korinthiërs 15:58 — Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ________ is in den Heere.
gave
beter
ijdel
Galaten 6:9 — Doch laat ons, goed ________, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.
eeuwige
doende
zittende
1 Timotheüs 6:12 — Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele ________.
doende
verborgenheid
getuigen
2 Timotheüs 2:3 — Gij dan, lijd ________, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.
begeerlijkheden
verdrukkingen
lijden
2 Timotheüs 2:4 — Niemand, die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge ________, die hem tot den krijg aangenomen heeft.
Schrift
verstonden
behagen
Efeziërs 6:11 — Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt ________ tegen de listige omleidingen des duivels.
strijd
staan
dienen
2 Korinthiërs 7:11 — Want ziet, ditzelfde dat gij naar God zijt bedroefd geworden, hoe grote ________ heeft het in u gewrocht? Ja, verantwoording, ja, onlust, ja, vrees, ja, verlangen, ja, ijver, ja, wraak; in alles hebt gij uzelven bewezen rein te zijn in deze zaak.
naarstigheid
zwakheid
gehoorzaamheid
2 Korinthiërs 8:7 — Zo dan, gelijk gij in alles overvloedig zijt, in geloof, en in ________, en in kennis, en in alle naarstigheid, en in uw liefde tot ons, ziet, dat gij ook in deze gave overvloedig zijt.
duisternis
oordeel
woord
2 Korinthiërs 8:16 — Doch Gode zij dank, Die dezelfde ________ voor u in het hart van Titus gegeven heeft;
zwakheid
naarstigheid
gehoorzaamheid
2 Korinthiërs 8:22 — Wij hebben ook met hen gezonden onzen broeder, welken wij in vele dingen dikmaals beproefd hebben, dat hij naarstig is; en nu veel naarstiger, door het groot ________, dat hij heeft tot ulieden.
verdrukking
vertrouwen
macht
Link gekopieerd
Heeft deze studie je geholpen? Deel een kort verhaal of je volledige getuigenis — jouw verhaal helpt een ander deze site te vinden.
Voortgang opslaan
Optioneel. Je hebt nooit een account nodig om deze site te gebruiken.
Bewaar je quizscores en je certificaat, ook als je van telefoon wisselt of je browser wist.
Voortgang herstellen
Herstellen vervangt de voortgang op dit apparaat, en elk certificaat dat je daarna afdrukt, draagt de naam uit dat bestand.



