🌐 Language
'Olelo Hawai'iAfaan Oromoobahasa IndonesiaBelarusianBrezhonegCebuanoChamorroChichewachiShonaChongthuCiyawoDanskDeutschEestiEnglishEspañolEsperantoeʋegbeFrançaisHausaHrvatskiIgboIlocanoItalianoKikuyuKiswahiliKiyombiKreyòl AyisyenLatinaLatviešulietuviųLingálaLugandaMagyarMahasuiMāoriNederlandsNorskPohnpeianPolskiPortuguêsQach’abelRomaniRomânăSanskritSetswanaShqipsrpski jezikSuomiSvenskaTagalogTiếng ViệtTonganTwiTürkçeUyghur tiliYorùbáÍslenskaČeštinaБългарскиРусскийУкраїнськаעבריתاردوالعربيةفارسیكوردی سۆرانیअहिराणी‎नेपालीभद्रवाही‎मराठीमानक हिन्दी‎हरियाणवी‎অসমীয়াবাংলাਪੰਜਾਬੀગુજરાતીଓଡ଼ିଆ‎தமிழ்తెలుగుಕನ್ನಡമലയാളംไทยဗမာἙλληνική中文日本語한국어+ Alle talen
See More Jesus

Wie is Jezus? — Een KJV Bijbelstudie met Strong's Nummers — Bijbelquiz

Kies bij elke referentie hieronder wat dat vers leert. Je score verschijnt aan het einde.

This is the graded quiz. Pass it to earn credit toward your Ministry Certificate of Endorsement.

Jesaja 9:6 — Der ________ dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
heiligheid
gedachtenis
grootheid
Genesis 1:26 — En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons ________, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
graf
beeld
hout
Johannes 1:18 — En dit is de getuigenis van ________, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij?
Abraham
Jozef
Johannes
Maleachi 3:1 — Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den ________ bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.
man
mond
weg
Genesis 22:2 — En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij ________, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal.
roept
liefhebt
kist
Johannes 19:17 — En Hij, dragende Zijn ________, ging uit naar de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha;
ouders
kruis
vriend
Johannes 1:29 — Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was ________ dan ik.
eer
ure
alleen
Jesaja 53:6 — Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ________ op Hem doen aanlopen.
ongerechtigheid
verwoesting
blijdschap
Jesaja 53:7 — Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een ________ werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
wetenschap
rijkdom
lam
Jesaja 7:14 — Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een ________ zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.
verloren
maagd
bitter
Micha 5:2 — Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen Zijner broederen zich ________ met de kinderen Israels.
zak
bekeren
ledig
Johannes 1:14 — ________ getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.
Johannes
Abraham
Jesaja
Kolossenzen 2:9 — Want in Hem woont al de ________ der Godheid lichamelijk;
volheid
vergeving
lijdzaamheid
Johannes 5:39 — Onderzoekt de ________; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.
Schriften
gelijkenissen
scharen
Romeinen 3:23 — Want zij hebben allen gezondigd, en derven de ________ Gods;
heerlijkheid
broeders
mond
Hebreeën 9:22 — En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen ________.
verzoeking
heiligmaking
vergeving
1 Timotheüs 2:5 — Want er is een God, er is ook een ________ Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
Middelaar
paarlen
begerende
Hebreeën 1:8 — Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw ________, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
vijanden
toorn
troon
Psalm 110:1 — Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een ________ Uwer voeten.
voetbank
ijver
metgezel
1 Korinthiërs 15:20 — Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de ________ geworden dergenen, die ontslapen zijn.
prediking
Eersteling
gekocht
Kolossenzen 1:27 — Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de ________ der heerlijkheid;
genade
alleen
Hoop
Openbaring 1:7 — Ziet, Hij komt met de ________ en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.
wolken
winden
honden
Johannes 3:16 — Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het ________ leven hebbe.
eeuwige
getuigenis
ure

← Terug naar de studie