🌐 Language
'Olelo Hawai'iAfaan Oromoobahasa IndonesiaBelarusianBrezhonegCebuanoChamorroChichewachiShonaChongthuCiyawoDanskDeutschEestiEnglishEspañolEsperantoeʋegbeFrançaisHausaHrvatskiIgboIlocanoItalianoKikuyuKiswahiliKiyombiKreyòl AyisyenLatinaLatviešulietuviųLingálaLugandaMagyarMahasuiMāoriNederlandsNorskPohnpeianPolskiPortuguêsQach’abelRomaniRomânăSanskritSetswanaShqipsrpski jezikSuomiSvenskaTagalogTiếng ViệtTonganTwiTürkçeUyghur tiliYorùbáÍslenskaČeštinaБългарскиРусскийУкраїнськаעבריתاردوالعربيةفارسیكوردی سۆرانیअहिराणी‎नेपालीभद्रवाही‎मराठीमानक हिन्दी‎हरियाणवी‎অসমীয়াবাংলাਪੰਜਾਬੀગુજરાતીଓଡ଼ିଆ‎தமிழ்తెలుగుಕನ್ನಡമലയാളംไทยဗမာἙλληνική中文日本語한국어+ Alle talen
See More Jesus

Wat zegt de Bijbel over ijver? — Het fundament · KJV-Schriftteksten met Strong's-nummers — Bijbelquiz

Kies bij elke referentie hieronder wat dat vers leert. Je score verschijnt aan het einde.

This is the graded quiz. Pass it to earn credit toward your Ministry Certificate of Endorsement.

2 Petrus 1:5 — En gij, tot hetzelve ook alle ________ toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis
verzekerdheid
ongehoorzaamheid
naarstigheid
Spreuken 12:24 — De hand der vlijtigen zal ________; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.
heersen
vergaan
bereiden
Spreuken 15:19 — De weg des luiaards is als een doornheg; maar het ________ der oprechten is wel gebaand.
vriend
voet
pad
Spreuken 19:24 — Een luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn ________ brengen.
man
mond
ogen
Spreuken 21:25 — De begeerte des luiaards zal hem ________, want zijn handen weigeren te werken.
water
zeer
doden
Spreuken 24:30 — Ik ging voorbij den akker eens luiaards, en voorbij den wijngaard van een ________ mens;
oprechten
verstandeloos
hoogmoed
Spreuken 19:15 — Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal ________.
zondaar
hongeren
pijl
Spreuken 6:6 — Ga tot de mier, gij ________! zie haar wegen, en word wijs;
verdichtselen
luiaard
aangenaam
Spreuken 13:4 — De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal ________ gemaakt worden.
liefde
vet
spijze
Spreuken 21:5 — De ________ des vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.
raadslagen
gedachten
wachten
Spreuken 11:27 — Wie het ________ vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.
goede
geslacht
geweld
Hebreeën 11:6 — Maar zonder geloof is het ________ Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.
onberispelijk
ongelovig
onmogelijk
Handelingen 18:24 — En een zeker Jood, met name ________, van geboorte een Alexandrier, een welsprekend man, kwam te Efeze, machtig zijnde in de Schriften.
Filippi
Galatie
Apollos
2 Petrus 3:14 — Daarom, geliefden, verwachtende deze dingen, benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in ________;
vrede
kracht
liefde
2 Petrus 3:10 — Maar de dag des Heeren zal komen als een ________ in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.
oven
graf
dief
Hebreeën 6:11 — Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het ________ toe;
genade
einde
alleen
Hebreeën 12:15 — Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der ________, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.
godzaligheid
naarstigheid
bitterheid
2 Petrus 1:10 — Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en ________ vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.
schepping
verzekerdheid
verkiezing
2 Petrus 1:3 — Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en ________;
deugd
vurig
roeping
1 Petrus 2:9 — Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk ________, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;
priesterdom
nuchteren
zondaar
Filippenzen 4:8 — Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat ________ is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;
rechtvaardig
verstaan
meerder
Filippenzen 4:6 — Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met ________ bekend worden bij God;
wortel
dankzegging
twist
Romeinen 12:1 — Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, ________ en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
doden
heilige
aarde
2 Korinthiërs 10:3 — Want wandelende in het vlees, voeren wij den ________ niet naar het vlees;
moet
hoop
krijg
Romeinen 8:6 — Want het bedenken des vleses is de ________; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;
dood
doden
gegeven
Jesaja 26:3 — Het is een bevestigd voornemen, Gij zult allerlei vrede bewaren, want men heeft op U ________.
onderwezen
vertrouwd
vermenigvuldigd
Efeziërs 4:23 — En dat gij zoudt vernieuwd worden in den ________ uws gemoeds
geest
plaats
naaste
2 Timotheüs 1:7 — Want God heeft ons niet gegeven een ________ der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.
man
heer
geest
1 Petrus 1:13 — Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de ________ van Jezus Christus.
openbaring
heiligmaking
wandel

← Terug naar de studie