🌐 Language
'Olelo Hawai'iAfaan Oromoobahasa IndonesiaBelarusianBrezhonegCebuanoChamorroChichewachiShonaChongthuCiyawoDanskDeutschEestiEnglishEspañolEsperantoeʋegbeFrançaisHausaHrvatskiIgboIlocanoItalianoKikuyuKiswahiliKiyombiKreyòl AyisyenLatinaLatviešulietuviųLingálaLugandaMagyarMahasuiMāoriNederlandsNorskPohnpeianPolskiPortuguêsQach’abelRomaniRomânăSanskritSetswanaShqipsrpski jezikSuomiSvenskaTagalogTiếng ViệtTonganTwiTürkçeUyghur tiliYorùbáÍslenskaČeštinaБългарскиРусскийУкраїнськаעבריתاردوالعربيةفارسیكوردی سۆرانیअहिराणी‎नेपालीभद्रवाही‎मराठीमानक हिन्दी‎हरियाणवी‎অসমীয়াবাংলাਪੰਜਾਬੀગુજરાતીଓଡ଼ିଆ‎தமிழ்తెలుగుಕನ್ನಡമലയാളംไทยဗမာἙλληνική中文日本語한국어+ Alle talen
See More Jesus

Wat Zegt de Bijbel Over Zelfbeheersing (Matigheid)? — Het Fundament · KJV Schriftteksten met Strong's Nummers — Bijbelquiz

Kies bij elke referentie hieronder wat dat vers leert. Je score verschijnt aan het einde.

This is the graded quiz. Pass it to earn credit toward your Ministry Certificate of Endorsement.

Galaten 5:22-23 — Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, ________, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
zuurdesem
dienstbaarheid
lankmoedigheid
1 Koningen 21:1-4 — Het geschiedde nu na deze dingen, alzo ________, en Jizreeliet, een wijngaard had, die te Jizreel was, bij het paleis van Achab, den koning van Samaria.
Hiram
Naboth
Ramoth
1 Koningen 21:7 — Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den ________ van Naboth, den Jizreeliet, geven.
wijngaard
gebed
lenden
1 Koningen 21:20 — En Achab zeide tot Elia: Hebt gij mij gevonden, o, mijn ________? En hij zeide: Ik heb u gevonden, overmits gij uzelven verkocht hebt, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN.
arm
vijand
zuster
1 Samuël 15:24 — Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden ________ heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
geheiligd
vreesden
overtreden
2 Petrus 2:15 — Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaam, den zoon van Bosor, die het loon der ________ liefgehad heeft;
oordeel
ongerechtigheid
godzaligheid
Genesis 3:6 — En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om ________ te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
verstandig
middag
schutters
2 Samuël 11:2-4 — Zo geschiedde het tegen den avondtijd, dat David van zijn leger opstond, en wandelde op het dak van het koningshuis, en zag van het dak een vrouw, zich wassende; deze vrouw nu was zeer ________ van aanzien.
getrouw
schoon
wonderen
Hebreeën 5:8 — Hoewel Hij de Zoon was, nochtans ________ geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.
verzoeking
naarstigheid
gehoorzaamheid
Filippenzen 2:8 — En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, ________ geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
vermaan
gehoorzaam
overvloediger
1 Petrus 2:22-23 — Die geen ________ gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;
goed
zonde
wereld
2 Petrus 1:5-6 — En gij, tot hetzelve ook alle ________ toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis
ongehoorzaamheid
naarstigheid
zachtmoedigheid
1 Korinthiërs 9:24-25 — Weet gijlieden niet, dat die in de loopbaan lopen, allen wel lopen, maar dat een den prijs ontvangt? Loopt alzo, dat gij dien moogt ________.
bevestigen
verliezen
verkrijgen
Titus 2:11-12 — Want de zaligmakende ________ Gods is verschenen aan alle mensen.
hoop
genade
wil
Hebreeën 12:16-17 — Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn ________ weggaf.
ouders
misdaden
eerstgeboorte
Prediker 4:12 — ________ is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
wetenschap
levenden
Beter
Mattheüs 4:8-10 — Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der ________, en hun heerlijkheid;
goed
wereld
kwaad
Romeinen 5:19 — Want gelijk door de ________ van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
ongehoorzaamheid
naarstigheid
hardigheid
2 Petrus 1:6 — En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid ________
naarstigheid
godzaligheid
verzoeking

← Terug naar de studie