🌐 Language
'Olelo Hawai'iAfaan Oromoobahasa IndonesiaBelarusianBrezhonegCebuanoChamorroChichewachiShonaChongthuCiyawoDanskDeutschEestiEnglishEspañolEsperantoeʋegbeFrançaisHausaHrvatskiIgboIlocanoItalianoKikuyuKiswahiliKiyombiKreyòl AyisyenLatinaLatviešulietuviųLingálaLugandaMagyarMahasuiMāoriNederlandsNorskPohnpeianPolskiPortuguêsQach’abelRomaniRomânăSanskritSetswanaShqipsrpski jezikSuomiSvenskaTagalogTiếng ViệtTonganTwiTürkçeUyghur tiliYorùbáÍslenskaČeštinaБългарскиРусскийУкраїнськаעבריתاردوالعربيةفارسیكوردی سۆرانیअहिराणी‎नेपालीभद्रवाही‎मराठीमानक हिन्दी‎हरियाणवी‎অসমীয়াবাংলাਪੰਜਾਬੀગુજરાતીଓଡ଼ିଆ‎தமிழ்తెలుగుಕನ್ನಡമലയാളംไทยဗမာἙλληνική中文日本語한국어+ Alle talen
See More Jesus
Nederlands

Wie is Jezus? — Deel 2 · KJV Schriftteksten met Strong's Nummers — Bijbelquiz

Bijbelquiz

Wie is Jezus? — Deel 2 · KJV Schriftteksten met Strong's Nummers — Bijbelquiz

Kies bij elke referentie hieronder wat dat vers leert. Je score verschijnt aan het einde.

This is the graded quiz. Pass it to earn credit toward your Ministry Certificate of Endorsement.

Zacharia 6:12 — En spreek tot hem, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der ________, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen.
volken
dagen
heirscharen
Genesis 14:18 — En Melchizedek, koning van ________, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
Salem
Jamin
Thola
Psalm 110:4 — De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van ________.
Mesopotamie
Abiram
Melchizedek
Hebreeën 7:1 — Want deze Melchizedek was koning van ________, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;
Italie
Annas
Salem
Hebreeën 7:4 — Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, ________ gegeven heeft uit den buit.
lijden
tienden
beloftenissen
Hebreeën 7:26 — Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, ________, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;
ontbroken
gepijnigd
onbesmet
Mattheüs 26:26 — En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, ________ Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
wit
brak
begin
Genesis 49:10 — De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat ________ komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.
Silo
Merari
Mizpa
2 Samuël 7:12 — Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw ________ na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.
antwoordde
weiden
zaad
Psalm 132:11 — De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de ________ uws buiks zal Ik op uw troon zetten.
raad
vrucht
hoop
Mattheüs 1:1 — Het boek des ________ van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
geslachts
gedachtenis
onreinigheid
2 Timotheüs 2:8 — Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de ________ is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie;
heidenen
doden
steden
Openbaring 22:16 — Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende ________.
Morgenster
nieuwe
rivier
Mattheüs 3:16 — En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het ________; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.
heilige
steden
water
Johannes 1:32 — En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met ________, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.
vrouw
water
hemel
Mattheüs 28:18 — En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle ________ in hemel en op aarde.
geslacht
oordeel
macht
Johannes 14:16 — En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen ________ geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
avondmaal
verwondert
Trooster
Johannes 14:26 — Maar de Trooster, de ________ Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
zeer
Heilige
engel
Efeziërs 4:4 — Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een ________ uwer roeping;
hoop
totdat
rijkdom
Hebreeën 8:1 — De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der ________ in de hemelen:
voetbank
Majesteit
kruis
Hebreeën 7:14 — Want het is openbaar, dat onze Heere uit ________ gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap.
Juda
Salem
Timotheus
Hebreeën 4:14 — Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze ________ vasthouden.
belijdenis
vergeving
zwakheid

← Terug naar de studie